
Al ruim een halve eeuw in ons mooie dorp Zeist wonend, betrap ik mijzelf erop dat die schoonheid voor mij vanzelfsprekend is geworden. Pas als je van vakantie uit vreemde oorden terugkeert, of zoals ik jaren in Zoetermeer en Almere gewerkt hebt, besef je bij het binnenrijden van Zeist hoezeer wij boffen in deze fraaie gemeente met bossen, brede lanen, landhuizen en villa’s te mogen wonen. Zeist blijft toch maar het dorp waar ik mij thuis voel en nee, ik heb niets met de stad. Op vakantie verblijven wij dan ook altijd op het platteland en in de rust. Drukte kun je altijd voor een dagje opzoeken, andersom is dat lastiger.
Over de Utrechtseweg vanaf De Bilt kom je langs het vijf eeuwen oude landgoed Vollenhove met dat prachtige huis. Iets verderop links, stal Den Eijk, en de gemeentegrens overstekend kom je zigzaggend langs landhuizen en villa’s met namen als Blanda, Nuova, het Italiaanse palazzo-achtige Ma Retraite, Veldheim, Lenteleven, Schaerweijde, De Brink, Bloemenheuvel, Beeklust, Stenia, Lommerlust, Arendsburg, Slot Zeist en verderop richting Driebergen volgen Beek en Royen, Hoog Beek en Royen, Sparrenheuvel, Molenbosch, Groenoord, Noordbergh, Nieuw Beerschoten, De Breul en dan ben je Zeist ineens weer uit. Achter dit lange lommerrijke lint van huizen en landgoederen is er overigens nog veel meer moois te zien. Maar om zo in en door Zeist te komen is toch wel erg mooi, zeg nou zelf. Mijn collega’s vroegen mij in het verleden herhaaldelijk om in Almere te komen wonen en begrepen mijn plagende opmerking met serieuze ondertoon niet “Ik wil hier nog niet dood gevonden worden.”, totdat zij rijdend door Zeist bij mij op bezoek kwamen en hun ogen uitkeken naar al dit moois. De Stichtse Lustwarande waar Zeist deel van uitmaakt, telde in de negentiende eeuw meer dan 100 buitenplaatsen en strekte zich uit van De Bilt tot aan Rhenen. Het was in vroegere tijden een toevluchtsoord voor rijke kooplieden en bankiers, die hun vervuilde huizen en steden in de zomer ontvluchtten en verruilden voor frisse lucht. Omdat de grond in Zeist zo goedkoop was maar ook omdat het gemakkelijk te bereiken was, telde ons dorp maar liefst 67 buitenplaatsen en landgoederen. Jammer dat we hier niet zo zuinig met onze monumenten omgaan, want er is veel afgebroken maar gelukkig is er ook veel behouden.
In het Algemeen Dagblad van 2 februari dit jaar, las ik dat het aantal inwoners van Zeist het afgelopen jaar voor het eerst sinds 2013 gedaald is. Ik slaakte een zucht van verlichting en dacht, gelukkig we blijven een dorp. Ja, Zeist is een oude mensen gemeente met 12 jaar op een rij minder geboortes dan sterfgevallen. In 1880 had onze gemeente nog maar 5.965 inwoners wat verdubbelde in 1910 naar 13.076 inwoners, doorgroeide naar 66.671 in 2025 en op dit moment dalend naar 66.656 inwoners.

Middeleeuwse Brink
Dagelijks rijden en lopen duizenden mensen langs de groene driehoek, liggende aan de Utrechtseweg en de Kroostweg, niet wetende dat deze middeleeuwse Brink, het oudste stukje en dorpsplein van Zeist is. Hier speelde het dagelijks leven zich af, dit was dé ontmoetingsplaats voor de inwoners. Een plek met een belangrijke sociale en culturele functie waar men op een open ruimte vee bijeen dreef. Er werden markten gehouden en ook vonden hier dorpsactiviteiten plaats. Hier staat ook een enorme dichtbegroeide oude beuk waarin jaarlijks een Steenuil nestelt. Als die boom eens zou kunnen praten, wat zou die dan allemaal te vertellen hebben.
Buitenplaats De Brink
Het landhuis op buitenplaats De Brink dat aan de Utrechtseweg 82 en schuin tegenover Huize Schaerweijde ligt, is in 1856 in opdracht van Jhr. Willem Karel Huydecoper gebouwd. Voor de aanleg van de buitenplaats kocht hij 20 ha, oftewel 2 vierkante kilometer grond met hofstede/boerderij van de weduwe van Everd van den Brink, Sophia Oortman. De voormalige Hofstede den Brink verwees naar de zuidwestelijk van de buitenplaats gelegen dorpsbrink dichtbij de 12e-eeuwse dorpskerk van Zeist. De toren van deze kerk uit de 12e-eeuw is bewaard gebleven, maar schip en koor zijn in 1841 vervangen.
Ik verbaast mij overigens regelmatig dat als vrienden en kennissen wonende in Zeist aan mij vragen waarover ik op dit moment schrijf en ik hen vertel over buitenplaats De Brink, waar bijna twee eeuwen geleden de burgemeester woonde, zij niet weten waar die ligt.
Maar nu op weg
Ruim vijftig jaar wandel ik met enige regelmaat vanuit alle Zeister windhoeken naar de buitenplaats De Brink. Eerst met onze dochter en later kleindochters naar de kinderboerderij op de hoek Kroostweg/Griftlaan om vervolgens door te lopen naar de buitenplaats zelf. Vaak met mijn lief maar altijd met onze honden. Zo waren daar onze blauwschimmel Cocker Spaniël Joep, later soortgenoten Charlie & Chaplin, nog weer later de Duitse Staande Draadhaar Claire, soortgenoot Korthaar Joy, vervolgens met onze Italiaanse Bracchi Luna & Siena en sinds 2022 met Siena & Giulia. Hier hebben wij veel vriendschappen met andere hondeneigenaars gesloten maar ook lief en leed gedeeld.

Vanaf de Kroostweg lopen wij over het geasfalteerde pad door het zwarte en groen uitgeslagen smeedijzeren toegangshek de openbaar toegankelijke buitenplaats binnen. Op de hekstaanders staat in witgeschilderde letters de naam van de buitenplaats weergegeven, links “De” en rechts “Brink”. De toegangshekken aan Utrechtseweg en Kroostweg zijn identiek en dateren uit de bouwtijd van het huis. Wij lopen hier een oase van rust binnen met rechts de voormalige arbeiderswoningen, dan de boerderij en links tussen de bomen door aan de overkant van de serpentinevijver het huis De Brink. Hier staan meer dan 100 jaar oude bomen zoals de venijnboom (taxus), eik, (rode) beuk en kastanje. Wat is het hier heerlijk wandelen over meanderende paden onder oude maar ook nieuw aangeplante eiken en beuken en dat midden in ons dorp. Als je goed om je heen kijkt en mazzel hebt zie je hier wellicht een eekhoorn, buizerd, specht, bosuil, egel, bunzing, bosmuis, vleermuis of zelfs een ijsvogel. Ik zag een vijftal jaren geleden een uit het nest gevallen buizerd strompelen met daarboven richting ons duikende ouders. Dat was een kippenvel moment en best angstaanjagend.
Voor het bruggetje links staan onder de beuken en eiken in het voorjaar krokussen en ik maak, om geen krokussen te vertrappen zo voorzichtig mogelijk een foto van Siena en Giulia. Ze blijven netjes liggen want ze weten dat er aan dit fotomoment geen ontkomen aan is. Rechts van het bruggetje ligt een weiland waar je paarden, ezels, koeien en schapen behorende bij de kinderboerderij ziet lopen. We slaan over het bruggetje meteen rechtsaf en de serpentinevijver gaat hier via een duiker over in een lager gelegen rechte lange sloot. Dit was volgens de tuinkaart uit 1922 een eikenbos dat helemaal doorliep tot waar nu woonwijk de Brink ligt.

Op ditzelfde pad vonden mijn lief en ik in 2021 een met een blauwe bloem beschilderde kiezelsteen met de tekst “Vergeet mij niet” met op de achterzijde de tekst “keitof F #3703”. Het bijzondere was dat ik diezelfde middag bij de dierenarts de as van onze, in een paar uur tijd doodgebloede Bracco Italiano “Luna” had opgehaald. Was dit een laatste groet van Luna? Eigenlijk was ik van plan geweest met Siena de zus van Luna voor de avondwandeling door het dorp te lopen. Maar omdat mijn lief graag mee wilde, maar dan wel naar De Brink, veranderde ik van gedachten en vonden wij deze beschilderde kiezelsteen, die wij niet gevonden zouden hebben als we door het dorp gewandeld hadden. Deze steen ligt nu in mijn glazen kistje met bijzondere stenen.
Het pad loopt onder machtige oude beuken en eiken en je ziet her en der houten nestkasten hangen waaronder een paar hele grote bedoeld voor de bosuil. Aan het eind aangekomen kun je via het houten bruggetje oversteken naar wijk De Brink of doorlopen naar Nijenheim. De wijk is gebouwd op de voormalige moestuin en weilanden. Wij laten het bruggetje rechts liggen en vervolgen onze weg naar links waar de boomgaard lag met aan de overkant van het water de moestuin. De tuinen van de huizen aan de overkant liggen heel idyllisch aan het water met hier en daar een vlonder. Ook hier staan nu allemaal hoge beuken en eiken. Links loopt een pad parallel aan het pad waarover wij langs de weilanden liepen en in de verte aan het einde van het pad zie ik het grasveld met oude eik en daarachter huis De Brink liggen.

De oorspronkelijk formele tuin lag voor het grasveld met daar tegenover huis De Brink. De honden zijn nog lang niet moe dus wij lopen door over het buitenste wandelpad langs een hekwerk waarachter de sportvelden en gebouwen van Bartiméus liggen. De oorspronkelijke stal en koetshuis van de buitenplaats liggen iets verderop en daar aangekomen zie ik door een hek dat er het kantoor van Bartiméus in is gehuisvest. Het gebouw is een aantal jaren compleet gerenoveerd waarbij een hoop originele details en oude staldeuren en stalramen zijn verdwenen waardoor het zomaar een nieuw gebouw zou kunnen zijn. Je kunt een beroerdere werkplek hebben.
Verdraaid daar komt een Buizerd niet zo hoog over mij heen vliegen en gaat op een tak zitten om ons te bekijken. Zou die mij nog herkennen en wat is hij groot, brr kippenvel en wegwezen. Wij lopen over een slingerend pad langs de parkeerplaatsen via de linkerzijde naar de voorzijde van het huis. Ik maak zoals ik voor ieder huis doe, van mijn prachtige Italiaanse Bracchi Siena & Giulia een foto zittende voor het huis en zie bewonderende blikken van voorbijgangers. Wat ziet het huis er zo in de zon mooi uit en wat een rijkdom en weelde om hier vroeger zo gewoond te mogen hebben. De voorkant van het huis met begane grond op maaiveld niveau, is schuin gericht op de eeuwenoude brink en op de daar tegenovergelegen Buitenplaats Schaerweijde. Hier woonde sinds 1854 de vrijgezelle jkvr. Johanna Pols (1813-1900). In die tijd hield de adel elkaar, maar zeker de ongetrouwde dames graag in de gaten en het gerucht gaat dat de jonkheer zo kon zien welke heren zij op bezoek kreeg. De jonkvrouw liet in 1867 het oude huis afbreken om het huidige huis te laten bouwen waar zij tot 1875 bleef wonen.
Siena & Giulia zijn blij dat we verder gaan en rennen achter elkaar en ravottend over het grasveld. Ik blijf een tijdje staan en geniet van dit schouwspel en van de zon. Wij moeten door dus ik volg het pad dat naar het begin van de serpentine vijver loopt om vanaf daar over het wandelpad omhoog te lopen. Tussen de begroeiing door zie ik het huis aan de overkant van het water liggen en het bruggetje weer overstekend kom ik aan de achterkant van het huis dat nu een kantoorvilla is. Helemaal links op de hoek zie ik op begane grond hoogte de symbolische eerstesteenlegging met de naam van de toen één jarige en oudste dochter Catherine “C.E.W. Huydecoper 24 mei 1856”. Dit is eenzelfde soort steen als ik bij de Wulperhorst aantrof “Gelegd door Jan Elias Huydecoper, oud 8 jaren, 18 juni 1858”.

Het souterrain van het huis loopt onder de grond helemaal door tot aan de voorgevel en heeft negen ruimtes waaronder de entree, hal, toilet, gang en trappenhuis. Dit was het domein van het inwonend personeel. Zo waren er de gouvernante, kamenier, koetsier, timmerman, tuinbaas en drie tuinarbeiders, landbouwer en een stalknecht. Je vindt hier veel originele elementen waaronder een gemetselde spoelbak met koperen kranen en slingerpomp, een ingebouwde etenslift die in de gang uitkomt, een kastenwand, aanrecht en stookplaats. Voor de ramen in het souterrain, die half boven de grond uitsteken, zit aan de buitenzijde een uitsparing ook wel bekend als een kelderkoekoek. Hierdoor kon het daglicht naar binnen en kon men ook ventileren. Elektriciteit was er immers in die tijd nog niet. Zeven treden van de hardstenen trap oplopend bereik ik het bordes met links en rechts twee ronde en twee vierkante pilaster zuilen. In dit portaal sta ik op de begane grond (bel-etage) en op gelijke hoogte als op het grasveld aan de voorkant van het huis waar ik een foto van mijn honden maakte. Het bellentableau vermeld “Villa de Brink 1856”, de namen van een vijftiental huurders en Utrechtseweg 82. Ik voel aan de deurklink maar deze zit op slot en ik gluur al foto’s makend door de ramen van de glazen deur naar binnen. De entree heeft glimmende marmeren vloeren, kroonluchter, spiegelende binnendeuren, wat ziet dat er prachtig uit. Op deze begane grond tref je op de vier hoeken enorme kamers aan met in het midden de entree, de gang naar het trappenhuis, keuken, garderobe en toilet. Het huis heeft veel origineel houtwerk en bijzonder gaaf bewaard hang- en sluitwerk. Interieur en indeling schijnen grotendeels authentiek te zijn. Je moet maar eens in de fotogalerij kijken. Op de eerste etage liggen zeven kamers en een badkamer met apart toilet. De zolder was een grote open ruimte met een kamer en zal ook wel het domein geweest zijn van het inwonende personeel.

Het portaal van de villa wordt ’s avonds en in het weekend vanwege vandalisme door middel van een oud ogend maar nieuw smeedijzeren spijlen hekwerk met scherpe punten afgesloten. En ook zie ik boven aan de dakrand vier lampen hangen die de villa als het donker is in het licht zetten, wat het minder aantrekkelijk maakt je daar op te houden. Camera’s zie ik niet maar zijn vast aanwezig. Jammer dat dit allemaal moet, maar dit monument heeft mede doordat het park (gelukkig) openbaar is, de afgelopen vijftig jaar met heel veel vernielingen te maken gehad. Op het grasveld achter het huis staat een machtige in het jaar 1856 geplante eik. Om deze boom is enkele jaren geleden een laag kastanje houten hek geplaatst met in een eiken plateau de uitgekerfde tekst met de vraag aan bezoekers van het park dit levende monument met rust te laten. Wij, maar ook andere hondeneigenaren, respecteren dat. Kinderen en honden moeten luisteren en ik sta dan ook niet toe dat mijn honden aan de andere kant van het hek lopen.
Huidige eigenaar
Aan een van de huurders die buiten staat te roken vraag ik of ik eens binnen mag kijken. Nee, de verhuurder staat dit niet toe. Hij vertelt mij dat dit pand eigendom is van “Boron” de family office en private investeringsmaatschappij van de familie Fentener van Vlissingen. Eind vorig jaar is de ondernemer, miljardair en filantroop John Arthur Fentener van Vlissingen (1939-2025) overleden. John Arthur was in 2017 en 2018 op tv te zien in het programma “Allemaal Familie”. Het programma ging over ruim 260.000 familiebedrijven, waarin familieleden al tientallen jaren of zelfs honderden jaren samen een bedrijf runnen. Je zag hem dan in een hele flinke Mercedes wegrijden vanaf zijn investeringsmaatschappij Boron in het prachtige “Ma Retraite” aan de Utrechtseweg. Ook daar krijg ik geen toestemming om vanuit de tuin foto’s ter ondersteuning van mijn verhaal over Ma Retraite te maken en zelfs het Gilde Zeist krijgt geen toegang. De oude heer woonde als hij in Nederland was in “Huize Stoetwegen” aan de Tiendweg, het huis rechts naast de ingang van de Wulperhorst. Toen ik vorig jaar mijn verhaal over de Wulperhorst schreef maakte ik foto’s van de ingangspartij waarnaast dit huis staat. Een kwartier later werd ik door de politie op mijn mobiel gebeld waarom ik foto’s maakte en dat de familie daar erg zenuwachtig van werd. Begrijpelijk want als miljardair ben je een potentieel doel.
Ik ben nu aan het eind van de wandeling gekomen en moe maar voldaan lopen wij over de oprijlaan richting het toegangshek aan de Utrechtseweg waar het niet wetende verkeer voorbijraast. Omkijkend nog snel een foto makend zeg ik arrivederci en tot snel.
Op mijn site www.als-bomen-en-stenen-konden-praten.com kun je meer lezen over de oorsprong van de naam Huydecoper, de ouders en het gezin Huydecoper woonachtig op Slot Zeist, de burgemeester, de bouw van de buitenplaats en een beknopt overzicht van de eigenaren en huurders.
Wat is Zeist toch mooi en wat boffen wij hier te mogen wonen,
Arnie Della Rosa
Reageren op een verhaal? Plaats je naam en emailadres bij je reactie zodat ik deze eventueel kan beantwoorden. Wil je niets missen en een automatisch bericht ontvangen bij een nieuw verhaal? Stuur een email naar avanr1956@gmail.com en ik neem je in de verzendlijst op.
Je kunt mijn wandelverhalen lezen op https://www.als-bomen-en-stenen-konden-praten.com maar ook samen met de columns van andere Zeister columnisten op https://www.zeistermagazine.nl