

Daar aan de Utrechtseweg schuin tegenover het Science Park, het voormalige TNO, ligt het Italiaans palazzo-achtige Ma Retraite. Wat is ze mooi en wat staat de tijd haar goed. Deze songtekst slaat zeker op dit prachtige huis, dat altijd al tot mijn verbeelding heeft gesproken. Om hierin te mogen wonen dat wil toch iedereen. De buitenplaats heeft een rijke geschiedenis van stichting, sloop en nieuwbouw, veiling en verkoop, vergroting en verkaveling, familiepension en geheime vergaderingen, oorlog en bezetting, van oorsprong wit en groen in oorlogsjaren, hoofdkwartier en ziekenhuis Canadese bevrijdingsleger, internaat en behandelcentrum, branden en oefencentrum brandweer en leger, gered van de sloop en sinds 1987 als “een feniks uit de as herrezen” kantoorgebouw. Het huis is gelukkig bewaard gebleven en staat met voorgevel, tuin en vijver op de Rijks Monumentenlijst. Mijn hoop om deze voor publiek niet toegankelijke buitenplaats te betreden was al vervlogen, totdat ik geheel onverwacht door een vriendelijke medewerkster werd gebeld. Zij nodigde mij uit om foto’s van de buitenzijde van het huis en de tuin te komen maken. Een openingsfoto met Siena & Giulia op het terras voor Ma Retraite, mag tenslotte niet ontbreken in mijn verhalenreeks.
De buitenplaats met huis ken ik nog uit de tijd dat het bekend stond onder de naam “Huize St-Jan”, dat van 1946 tot 1978 in handen was van de Stichting het Gezelschap van de Kruisvaarders van St-Jan. Een lekengemeenschap van broeders zonder religieuze kloostergeloften, maar levend volgens de raadgevingen van het evangelie. In dit Orthopedagogisch Therapeutisch Centrum en internaat werden vier groepen met elk 12 deels zeer moeilijke opvoedbare jongens in de leeftijd van 12 tot 18 jaar behandeld. De jongens woonden niet alleen in het huis maar ook in de paviljoens daarachter en volgden elders in Zeist en Utrecht regulier onderwijs. Op 19 januari 1976 brandde het middengedeelte af. Volgens Hein, een van de jongens die ik van dansles bij Dansacademie Rettichini kende en in St.-Jan verbleef, had een van hen in bed liggen roken. Maar het gerucht dat een van hen de brand had aangestoken deed ook de ronde. Volgens rapporten van politie en brandweer was de oorzaak van de brand echter onbekend en kon deze ook door de sterk verouderde elektrische bedrading zijn gekomen. De oorzaak zal dus altijd een mysterie blijven, maar spectaculair was de brand en de brandstichting de nacht erop wel.

De gemeente en de Fentrop Stichting, waarmee de Kruisvaarders van St-Jan een samenwerkingsverband waren aangegaan, konden niet tot overeenstemming komen voor nieuwbouw. In 1979 werden grond, perceel en opstallen verkocht aan de verenigde Dura bedrijven uit Rotterdam die het wilde afbreken en vervangen door een modern gebouw en woningbouw. Omdat de gemeente Zeist niet instemde met afbraak en nieuwbouw, ging Dura in 1986 over tot renovatie en ontvingen daarvoor de European Heritage Award. Bouw en verkoop van 34 vrijesectorwoningen aan de Tesselschadelaan en op het achter terrein nu Guido Gezellelaan, maakte de ruim 2.5 miljoen gulden kostende renovatie mogelijk. En zo kunnen wij nu dagelijks genieten van de aanblik op dit prachtige huis met tuin en vijver. Quanto è bella, oftewel, Wat is ze mooi.
Geschiedenis van de buitenplaats
Willebrordus Verkerk, van beroep koopman in ijzer uit Utrecht, kocht in 1797 het aan de noordzijde van Zeist gelegen voormalige galgenveld van het Provinciaal Bestuur. Via zijn erfgenamen kwam de grond in 1816 in bezit van mr. Laurens Johannes Nepveu en zijn echtgenote Margaretha Roosmale. Laurens was lid van de vroedschap, het dagelijks bestuur van Utrecht en ook lid van de provinciale staten van Utrecht. Het echtpaar dat aan het Janskerkhof 15A woonde was ook eigenaar van buitenplaats Dijnselburg alwaar zij zijn bijgezet in het familiegraf.
Macaber weetje
Zeist had vanaf 1599 tot de afschaffing in 1797 twee galgen, te weten aan de noordzijde en de oostzijde. De galg van het Provinciale Hof van Utrecht (’t Hofsgericht) stond aan de noordzijde, ongeveer ter hoogte van Ma Retraite aan de Oude Arnhemseweg op het “Zeyster Zand”, tegenover het in 1903 door Koningin-moeder Emma geopende Sanatorium voor geesteszieken en zenuwzieken. De galg van de “hoge heerlijkheid Zeist” aan de oostzijde, stond ter hoogte van de buitenplaats ’t Kerckebosch, nu hotel Kasteel Kerckebosch. Nadat het doodvonnis aan de misdadiger was voltrokken door onthoofden, ophangen, wurgen of radbraken, werd het lijk naar het galgenveld gebracht en weer aan de galg gehangen of op een rad gezet. Het moest als afschrikwekkend voorbeeld dienen. De lijken van de misdadigers bleven daar tentoongesteld totdat ze geheel vergaan waren, waarna de geraamten bij de galg onder de grond gestopt werden. In 1795 werd de gewoonte om geëxecuteerden ten toon te stellen afgeschaft.
Herkomst naam “Ma Retraite”
Laurens Nepveu liet op het lang gerekte 9 hectaren grote perceel tussen de Schapendrift (sinds 1910 Sanatoriumlaan) en dicht aan de Utrechtseweg een eenvoudig zomerhuis met koetshuis bouwen. Evenwijdig aan een lopend pad ter hoogte van het huidige eilandje waarop je nu de treurwilg ziet staan. De achterste begrenzing van de buitenplaats vormde de Oude Arnhemseweg die als zandpad deel uitmaakte van de route Keulen-Utrecht. Laurens vernoemde de buitenplaats met half ovaalvormige tuin, slingerpaden en moestuin “Ma Retraite”, naar de koffieplantage in Suriname welke hij van zijn vader had geërfd. Als Hugenoten waren zijn overgrootouders, Aubin Nepveu en Anne Baron in 1685 met hun kinderen van Frankrijk naar Nederland gevlucht. Na hun overlijden emigreerden zijn grootouders, Louis Nepveu en Suzanne Hamelot in 1723 naar Suriname waar Louis vier jaar later overleed. Vader Jean Nepveu was in Suriname notaris en trad in 1742 in dienst van de koloniale regering. Hij bekleedde van 1768 tot zijn dood in 1779 de functie van Gouverneur en was daarnaast in het bezit van zeven huizen en acht plantages met in totaal elfhonderd slaven. Laurens erfde na zijn dood een enorm vermogen, waaronder twee van de acht koffie- en cacaoplantages: La Singularité en Ma Retraite. Laurens beheerde de plantages en ook zijn eigen suikerplantage Appecappe niet zelf, maar liet dat over aan een plantagedirecteur. Op deze drie plantages werkten ongeveer 600 slaafgemaakten onder erbarmelijke omstandigheden. Het sterfteoverschot van 2,8 procent was ver boven het toen geldende gemiddelde van 1,87 procent per jaar. Het geschatte vermogen bestaande uit de drie plantages en zijn erfdeel uit de boedel van zijn ouders, bedroeg het voor in die tijd onvoorstelbare bedrag van bijna 900.000 gulden. De Franse woorden “ma retraite” betekenen letterlijk “mijn schuilplaats”. Omdat zijn Franse overgrootouders als Hugenoten in 1685 naar Nederland waren gevlucht is het allerwaarschijnlijk, dat de naam van buitenplaats Ma Retraite, een verwijzing is naar de plantage waar de familie zich veilig voelde en waarmee ze rijk geworden zijn.

Ingekleurde litho uit 1869 van “Ma Retraite”. Maker Lithograaf en schilder Petrus Josephus Lutgers (1808-1874).
Nieuwer en groter “Ma Retraite”
In 1832 koopt advocaat en schepen (openbaar bestuurder) van Utrecht, Mr. Cornelis Maria van Hengst de buitenplaats. Hij breidde zijn bezit fors uit met de koop van de aan de Utrechtse Straatweg gelegen buitenplaatsen Zandenhoef van Hendrik van de Poll en Konijnenbergh. Nadat de Oude Arnhemseweg in noordelijke richting was verlegd werden de drie buitenplaatsen samengevoegd. Op dezelfde plek verscheen een nieuw en groter buiten in een door Jan David Zocher jr. aangelegd landschapspark met slingervijver. Na zijn dood in 1848 erfde de zoon van zijn broer Cypriaan Gerard, Carel Joseph van Hengst, de buitenplaats. Hij verkoopt ruim 12 hectare boomgaard, bouw- en bosland naast Ma Retraite en aan de noordzijde van de Utrechtse straatweg. De buitenplaats wordt dan rechts begrensd door buitenplaats Veldheim, links de Sanatoriumlaan, aan de voorzijde de Utrechtseweg met overplaats en aan de achterzijde door de Oude Arnhemseweg. Zesentwintig jaar later in 1858 wordt de dan nog 14 hectaren grote buitenplaats, inclusief overplaats aan de overzijde van de Utrechtseweg, verkocht aan de makelaar in tabak, Justus de Mol van Otterloo.
Veiling en verkoop
De buitenplaats komt een aantal keren ter veiling. De eerste keer in 1881 in Amsterdam en wel in veertien verschillende percelen. De buitenplaats werd als volgt beschreven. “Logeabel Heerenhuis, koetshuis met stalling voor 7 paarden, koetsierswoning, tuinmanswoning met koestalling, oranjerie, kassen, koepel, schuren en verdere getimmerten. Voorts terrein van vermaak, waterpartij, moes- en tuingrond met daartegenover de bevallig aangelegde overplaats, verdeeld in weiland, moestuin, berg en water”. Het geheel brengt f 102.425, - op. Het grootste gedeelte van ruim 11 hectare, waarvan meer dan 2 hectare overplaats is, wordt inclusief huis voor f 70.325 gulden gekocht door Joan Maria Baron van Voorst tot Voorst, directeur van de Overijsselse Brandwaarborg Maatschappij te Zwolle. Omdat het gemeentebestuur besloot de Utrechtseweg te verbreden moest het huis worden afgebroken, waarop de baron besloot de buitenplaats ter veiling aan te bieden.
Tijdens deze tweede veiling in 1896 kreeg Johannes Hendrikus (Jan) van Marwijk Kooy het huis inclusief overplaats voor f 72.000, - in handen. Zijn echtgenote, Jeanne Henriëtte, was dochter van J.B. Beuker, suikerraffinadeur te Amsterdam, die op Zandbergen in Huis ter Heide woonde. Van Marwijk Kooy was samen met zijn zwager Charles Antoine de Pesters en Willem Eduard Uhlenbroek oprichter van de Beiersch-Bierbrouwerij De Amstel te Amsterdam en was daar directeur. Charles de Pester woonde met zijn echtgenote Petronella van Marwijk Kooy op buitenplaats Nuova aan de Utrechtseweg, schuin tegenover Ma Retraite.
Sloop en nieuwbouw
Van Marwijk Kooy liet het oude zeventien kamers grote huis afbreken en architect Abraham Salm uit Amsterdam kreeg opdracht een nieuw huis inclusief interieur, tuin en portierswoning te ontwerpen. Het ontwerp van het Engels landschappelijk park en de overplaats komt uit handen van de Haarlemse tuinarchitect Leonard Anthony Springer.
Schetsontwerpen Ma Retraite en Villa Borghese Rome.
Bij graafwerkzaamheden voor de waterpartijen kwamen een ongeveer 8 meter lange ijzeren ketting, stukken van balken met zware spijkers tevoorschijn en stootte men op geraamten. Hieruit bleek dat het dus zeer wel mogelijk was dat de galg van het Provinciale Hof van Utrecht (’t Hofsgericht) zich in de nabijheid van Ma Retraite bevond. De ruim 10.000 m3 grond die vrijkwam werd gebruikt voor het aanbrengen van een tweetal heuvels en ophoging van het terrein voor het te bouwen huis. In de verbrede vijver voor het huis werden twee eilandjes aangelegd met in de uitloper aan de zijde van buitenplaats Veldheim een grot van beton die als ijskelder diende. Het geschoten wild in het bij Ma Retraite behorende jachtgebied de Pan, werd ver van het huis in een ijskelder aan het einde van de slingervijver aan de kant van de Sanatoriumlaan bewaard. De slingervijver waarin zwanen zwommen liep onder de Utrechtse Straatweg door naar de overplaats met weiland. Voor de bediening van de fontein in de vijver stond er vanaf 1902 in de buurt van het koetshuis aan de Sanatoriumlaan een 11 meter hoge watertoren.
Oplevering
Eind 1898 leverde Salm de buitenplaats met het spierwitte palazzo-achtige huis op. De Zeister bevolking begreep echter niet wat “Ma Retraite” betekende, waardoor het huis vanwege de opvallende witte kleur en rijke ornamenten, al snel bijnamen kreeg als “roomtaart” en “schuimtaart”.

Over een verharde weg vanaf de hoofdingang aan de Utrechtseweg, was het huis alleen voor de familie en hun bezoek te bereiken. Op het dak van de portierswoning met traptoren stond een klokkenstoel waarin een luidklok hing. Door het luiden van de klok kon de portier het personeel waarschuwen dat de familie of bezoek in aantocht was. De portierswoning is in 1960 afgebroken, maar de traptoren omgebouwd tot duiventoren is bewaard gebleven en nu gemeentelijk monument. Links naast de toren staat het renaissance poortje uit 1633 als overblijfsel van de afgebroken Ridderhofstad Kersbergen dat vervangen werd door het in 1934 gesloopte huis Kersbergen. De sloper van het huis, de heer Zijlstra, plaatste het in de tuin van zijn eigen huis. De begane grond en de eerste verdieping van het huis waren het domein van de familie. Vanuit het voorportaal kwam je in de hal met hoofdtrap naar de verdiepingen en garderobe met sanitaire ruimten, grote salon, kleine salon met uitloop naar het terras, eetzaal, serre, herenkamer met verborgen deur waarachter een trap naar het souterrain met kluis leidde, biljartkamer en dienkamer met etenslift. Op de eerste verdieping bevonden zich 4 slaapkamers, kleed- en zitkamer, badkamer, garderobe, linnenkamer en drie logeerkamers.
Portierswoning.
Personeel onzichtbaar aanwezig
Het personeel maar ook de leveranciers maakten gebruik van de ingang aan de Sanatoriumlaan gelegen naast het koetshuis, vanaf waar een weg met brug over de slingervijver naar het huis liep. Het personeel dat in die tijd onzichtbaar aanwezig diende te zijn, maakte in de huis gebruik van een aparte diensttrap naar het souterrain, 1e verdieping en de zolder. In het souterrain lagen de keuken met etenslift die uitkwam in de dienkamer, bijkeuken, buitentoegang voor personeel en leveranciers, strijkkamer, poetskamer, kluis, knechts kamer, verwarmingstoestel, kolenruim, provisiekelder, wijnkelder, linnenkamer, berging en toilet. De dienstbodes, butler en kamenier woonden op zolder waar de dienstbodekamer met 2 slaapvertrekken, linnendroogkamer, naaiatelier en waterreservoir te vinden waren. De overige personeelsleden woonden in een veertiental dienstwoningen, portierswoning, tuinmanswoning, jachtopzienerswoning, koetshuis en boerderij. Verder waren er op de buitenplaats een speelhuisje, oranjerie, verdiepte rozentuin, moestuin en kassen te vinden. Aan de Sanatoriumlaan 25-31 staat nog steeds een blokje van vier dienstwoningen waar in een van de woningen, je gelooft het bijna niet, het gezin van tuinknecht Koetsier bestaande uit acht personen woonde. Op de Oude Arnhemseweg 307 staat ook nog steeds de witte tuinmanswoning van tuinbaas Polder. Aan de overzijde lag de bij de buitenplaats behorende boerderij van boer Geytenbeek, met weiland en akkers tot aan de huidige Joost van de Vondellaan.
Koetshuis, tuinmanswoning en vier dienstwoningen.
Verkaveling
Na het in 1930 overlijden van weduwe Jeanne Henriette van Marwijk Kooy-Beuker, werd het personeel met een pensioenvergoeding van f 10,- per week naar huis gestuurd en startte de onderhandelingen met de gemeente over de verkaveling van de buitenplaats. De gemeente komt in 1932 met jhr. Pierre Herbert Bicker, weduwnaar van dochter Elisabeth (Élise) van Marwijk Kooy, overeen dat de erven kosteloos een stuk grond van de overplaats afstaan ter verbreding van de Utrechtseweg. De aanlegkosten van de nieuwe weg Harmonielaan ad f 22.000, - waren voor rekening van de erven. De Koppelweg werd Oirschotlaan en in ruil voor dit alles kreeg de familie toestemming de overplaats van ruim 2 hectare ten behoeve voor de bouw van villa’s te verkopen. Ter herinnering aan de overplaats, heeft het huis op Utrechtseweg 48a de originele toegangshekken van de buitenplaats met daarop de naam “Klein Ma Retraite”. De vijver van dit huis en de slingervijver van Ma Retraite staan lopend onder de Utrechtseweg nog steeds in verbinding met elkaar. Ook het gebied langs de Sanatoriumlaan, dat de westgrens van de buitenplaats vormden en het noordelijk deel van het park, waar de oranjerie en de tuinmanswoning stonden werden successievelijk verkocht. Maar eerst dienden de erven f 15.000, - in de gemeentekas te storten als aandeel in de aanlegkosten van de Tesselschadelaan, P.C. Hooftlaan, Roemer Visscherlaan en Da Costalaan. Zodoende was Ma Retraite al voor de oorlog aan drie zijden ingebouwd en ruim de helft gehalveerd.
Het huis wordt in opdracht van de erven verhuurd als een eerste klas familiepension met 26 kamers en centrale verwarming. Tot 1937 door voormalige tuinknecht Dirk Dros en zijn vrouw en vanaf dat jaar met Anna de Roode als directrice. Tijdens de mobilisatie vorderde Luitenant-Generaal Infanterie Jan Joseph Godfried, baron van Voorst tot Voorst, namens de Nederlandse strijdkrachten enkele kamers. In het diepste geheim vergaderden daar de generale staf en Prins Bernhard over de oorlogsdreiging van Duitsland en de eventuele vlucht van het koningshuis. Was dit toeval of kende hij Ma Retraite als het huis van zijn oom Joan Marie baron Voorst tot Voorst, die van 1881 tot 1896 eigenaar was. Burgemeester Mr. Willem Adriaan Johan Visser met echtgenote jkvr. Jenny Micheline de Geer huurden er enkele jaren een aantal kamers. Zo ook Harry Antoon Jozef Dreesmann, directeur Vroom en Dreesmann N.V. Utrecht, Amersfoort en Dordrecht met echtgenote Geertruida Paulina Antonia Maria “Tuut” Peek. De Duitse bezetter vorderde in 1942 het huis en schilderde de witte villa ter camouflage voor geallieerde luchtaanvallen groen. Na de bevrijding diende het huis nog een jaar als hoofdkwartier en hospitaal van de Canadezen. Op het eilandje voor het huis staat een treurwilg die daar geplant is ter herinnering aan de bevrijding. In 1946 werd de buitenplaats verkocht aan het Gezelschap “de Kruisvaarders van St.-Jan”. Na de nodige verbouwingen opende zij het Orthopedagogisch Therapeutisch Centrum en internaat als Huize St.-Jan. En zo zijn we weer terug bij het begin van dit verhaal en hoop ik meer Zeistenaren bekend gemaakt te maken hebben met de geschiedenis van dit prachtige huis.

Ma Retraite anno 2026
Van het oorspronkelijke ruim 12 hectare grote Engelse landschapspark is bijna niets meer over. De gedecimeerde buitenplaats met huis dient sinds 1988 als kantoorgebouw en staat nu op naam van Boron Estates Holding B.V. het familie office en de private investeringsmaatschappij van de familie J.A. Fentener van Vlissingen. Boron ondersteunt ook betekenisvolle stichtingen, opgericht door familieleden van verschillende generaties. Eind 2025 is de ondernemer, miljardair en filantroop John Arthur Fentener van Vlissingen op 86-jarige leeftijd overleden. John Arthur was in het seizoen 2017-2018 op tv te zien in het programma “Allemaal Familie”. John Arthur was in 2017 en 2018 op tv te zien in het programma “Allemaal Familie”. Het programma ging over ruim 260.000 familiebedrijven, waarin familieleden al tientallen jaren of zelfs honderden jaren samen een bedrijf runnen. Je zag hem dan in een hele flinke Mercedes wegrijden vanaf het prachtige “Ma Retraite”.
In het beknopte overzicht op www.als-bomen-en-stenen-konden-praten.com zijn de gedetailleerde gegevens van eigenaars, bewoners en gebruik vanaf 1797 tot heden te lezen, met in de fotogalerij historisch en nieuw beeldmateriaal van de binnen- en buitenzijde van het huis.
Wat is Zeist toch mooi en wat boffen wij hier te mogen wonen,
Arnie Della Rosa
Reageren op een verhaal? Plaats je naam en emailadres bij je reactie zodat ik deze eventueel kan beantwoorden. Wil je niets missen en een automatisch bericht ontvangen bij een nieuw verhaal? Stuur een email naar avanr1956@gmail.com en ik neem je in de verzendlijst op.
Je kunt mijn wandelverhalen lezen op https://www.als-bomen-en-stenen-konden-praten.com maar ook samen met de columns van andere Zeister columnisten op https://www.zeistermagazine.nl